Houtig erfgoed
Eiken hakhoutstoven

De eiken groeien met de berg mee
Op deze foto zie je hoe hoog de Konijnenberg begin 20ste eeuw al was. Tussen het stuifzand steken op verschillende plekken jonge eikentakken omhoog. Dat is geen toeval: de eiken die ooit in de middeleeuwse zandheg werden aangeplant, groeiden eeuwenlang mee met de berg. Telkens wanneer het zand zich ophoopte en de stammen deels bedolf, maakten de bomen nieuwe scheuten en groeiden ze verder omhoog, op zoek naar licht en lucht. Zo werden mens en natuur samen bouwmeesters van de Konijnenberg.

De eikenbomen als hakhout
De eiken op de Konijnenberg waren voor de dorpsbewoners meer dan alleen zandvangers. Ze leverden ook broodnodig hout op. Daarom werden de bomen beheerd als hakhout: om de 7 tot 12 jaar hakten boeren de stammen tot op de stronk af, zodat ze opnieuw konden uitlopen. Zo kregen ze brandhout en geriefhout, bijvoorbeeld voor gereedschap. Maar ook de eikenschors was waardevol. Die werd verkocht aan leerlooierijen, waar de schors gebruikt werd om dierenhuiden te verwerken tot stevig leer.
Dit gebruik is nu stilgevallen waardoor sommige bomen heel groot en dik geworden zijn.

Wat is een hakhoutstoof?
Wanneer een eik als hakhout wordt gekapt, verdwijnt de boom niet. De stronk blijft in de grond zitten en loopt opnieuw uit met meerdere jonge scheuten. Zo’n levende stronk heet een hakhoutstoof. Door het eeuwenlange kappen en weer uitlopen kregen die stoven een grillige, brede voet. Op de rug van de Konijnenberg staan vandaag nog altijd van deze oeroude reuzen, sommige met een omtrek van wel 15 tot 20 meter.
